Laat je biefstuk op kamertemperatuur komen en verwarm ondertussen de oven voor op 100°C. Hoe langzamer je het vlees laat garen dus hoe lager de oven, hoe malser het vlees wordt.
Verhit een klein beetje roomboter en wat plantaardige olie in een koekenpan. Zodra de pan licht begint te roken, zet je het vuur lager. Beweeg het vlees nu snel door de pan. Het enige dat je doet is kleur geven. Het vlees mag niet garen, dus blijf bewegen.
Haal het vlees uit de pan en strooi er wat peper en eventueel een klein beetje zout overheen. Steek de kerntemperatuurmeter middenin het vlees. Heb je biefstukken van verschillende dikte, steek de temperatuurmeter dan in het dikste stuk vlees. Als er erg veel verschil in dikte is, kun je ervoor kiezen om het dunnere stuk iets later in de oven te leggen. Maar voor het mooiste resultaat moet je er eigenlijk altijd voor zorgen dat de stukken vlees ongeveer even dik zijn.
Stel de kerntemperatuurmeter in op 53°C en plaats het vlees in de oven. Zodra de temperatuur bereikt is, haal je het vlees uit de oven en doe je er aluminiumfolie overheen. Het aluminiumfolie zorgt ervoor dat het vlees nog verder nagaart. We willen namelijk een kerntemperatuur van 55°C behalen. Stel de kerntemperatuurmeter nu dus op 55°C in. Zodra je kerntemperatuurmeter 55°C aangeeft is het tijd om te gaan genieten: je hebt zojuist een perfecte biefstuk bereidt!We hebben er ook een video van gemaakt, zodat je precies kunt zien wat je moet doen.